

De eerste school van Kaatsheuvel
In dienst: 1615 tot 1880
Onderwijsvorm: Openbare Jongensschool
Status: Gesloopt (circa 2017)
Voorgeschiedenis
Voor het jaar 1615 zonden de bewoners van de Vaarten (Kaatsheuvel) hun “cleyne kinderkens” naar de Sprangse school, doordat deze het dichtstbij aangelegen zou zijn geweest. De school van Loon op Zand, gelegen naast de Loonse kerk, waar de Kaatsheuvelse “kinderkens” eigenlijk thuishoorden, was te ver verwijderd en een geschikte verbindingsweg bestond er niet.
Een achttal ingezetenen van de Vaart en Kaatsheuvel, Jan Peeter Wouterse, Aert Woutersz, Aert Peterse Craes, Peter Woutersz, Ghijsbert Joosten, Steven Denisz en Cornelis Driessen, richten daarom begin december 1615 een dringend verzoek aan de Schout en Schepenen van Loon op Zand om hun vergunningen te verlenen tot het bouwen van een eigen school, om daarin hun “kinderkens” te doen “stichten” en “leeren”, waarop het verzoek positief werd beschikt.
Eerste vormen van onderwijs
Leerplicht bestond lange tijd niet. Pas in 1900 werd in Nederland de eerste leerplichtwet aangenomen, die op 1 januari 1901 in werking trad. Vanaf dat moment moesten kinderen van 6 tot 12 jaar verplicht naar school. De leerplicht begon bij de start van het schooljaar nadat een kind volledig zes jaar was geworden. Voor sommige kinderen golden uitzonderingen. Boerenkinderen mochten tijdens de oogstperiode thuisblijven en dochters bleven soms thuis om te helpen in het huishouden.
In plaats van onderwijs in een school vond ten tijde van voor de leerplicht onderwijs vaak plaats bij de schoolmeester thuis, een gebruikelijke vorm van dorpsonderwijs in die tijd.
De vroege onderwijzers van Kaatsheuvel
Over de details van het onderwijs in Kaatsheuvel gedurende de periode 1610 tot 1714 is niets bekend. Pas later duiken twee namen van onderwijzers op in de archieven: in 1714 wordt Jan van Oosterhout genoemd als schoolmeester, en in 1735 is Nicolaas Mouthaen als schoolmeester actief op de Cetshoeve (Kaatsheuvel).
Op 4 februari 1805 richtte het gemeentebestuur zich tot het departementaal bestuur van Brabant om ook in Kaatsheuvel gevestigd te krijgen: "Eene schoole op gelijken voet als die van Loon en de dienstdoende schoolmeester Otto Maessen na afgelegd examen in die functie te handhaven." Waarschijnlijk gaf Otto Maessen (±1759-1839) ook gewoon les in zijn woonhuis. Schijnbaar had Otto er genoeg van om les te geven en legde op 27 februari 1806 zijn functie neer en werd of was al ontvanger van de directe belastingen. Zijn baan als schoolmeester zal dus wel een bijbaan zijn geweest.
Zijn opvolger was J.M. Doumen uit Oirschot. Deze Jan Doumen was geboren te Heeswijk als zoon van Michiel Doumen en Helena Westhoven. Hij was gehuwd met Dingna van Leeuwen. Er werd les gegeven in één of meerdere kamers die men voor 42 gulden per jaar huurde van Otto Maessen, de vorige schoolmeester. Deze Otto Maessen woonde in op de hoek van de Peperstraat en de Hoofdstraat aan de oostzijde van de Peperstraat. Dus we kunnen gevoeglijk aannemen dat dit de eerste bekende school-locatie in Kaatsheuvel was.
Jan Doumen moest onder slechte omstandigheden les geven. Dit was dermate slecht, dat het hem aanleiding gaf om op 25 juli 1809 een klaagbrief te schrijven naar het gemeentebestuur over de situatie. Maar Doumen kon zijn werkzaamheden als schoolmeester niet lang uitoefenen. Op 25 mei 1813 overleed hij, slechts 34 jaar oud. Op 31 maart 1819 duikt er een nieuwe schoolmeester op in Kaatsheuvel. Het is Jozef Strijkers geboren te Stockem en zoon van Henrich Strijkers en Maria Agnetha Stouthuijsen. Hij was getrouwd met Johanna Klis. Ook hij stierf wij jong: Op 11 maart 1829 en pas 46 jaar oud.
Realisatie van een echt schoolgebouw
We zien op 2 april 1806 een eerste aanwijzing over een echt schoolgebouw. Verder zien we een advertentie uit 1810 over de aanbesteding van een nieuw schoolhuis te Kaatsheuvel. Mogelijk is dit het pand dat staat achter Hoofdstraat 51, waar het laatste schoolgebouw van deze school heeft gestaan. In de archieven is wel aanwezig een plan uit 1810 om een school te bouwen in de Hoofdstraat. Door een onbekende reden is dit gebouw er pas in 1832 gekomen. Op de eerste kaart van het kadaster is er niks te zien van een gebouw op die locatie.
Op 4 december 1833 eindelijk werd de bouw van een nieuw "schoollokaal" te Kaatsheuvel publiek aanbesteed. De aannemer was Pieter Snijders, timmerman te Drunen, voor de som van f 3469.- De heer P. Vermeulen (van de Loonsedijk) verklaarde f 2100,- te zullen voorschieten tegen een rente van 5%. Zo had Kaatsheuvel dan in 1834 een voor die tijd behoorlijk schoolgebouw met onderwijzerswoning. Het eerste schoolgebouw van Kaatsheuvel kwam in wat nu het pad is vanaf de Action naar de Hoofstraat te staan, kijkend op de St. Janskerk.
Dat deze nieuwe bouw de gemeente destijds meer dan f 3,000,- koste, was iets waar het gemeentebestuur niet al te blij mee was. Dat Kaatsheuvel een vernieuwd schoolgebouw kreeg, zorgde voor argwanende bestuursleden: Een nieuw schoolgebouw zal Kaatsheuvel meer onafhankelijk maken van Loon op Zand, wat volgens de gemeenteraad tot ideeën van afscheiding van de gemeente zou leiden. Zo lieten zij dit doorschemeren naar onder andere de commissaris dat “van al het leugenachtige en bedrieglijke” van de rekwestranten, er geen voordelen zijn en alleen maar schade is bij afscheiding en ten slotte dat het rekest het werk is van “eenige eigen belang zoekers” die de mensen hebben wijs gemaakt dat ze bij afscheiding minder belasting hoeven op te brengen.
Desondanks stond de school er en zou er ook blijven staan. Wel zouden de argwanende gedachtes van de gemeentebestuursleden een aantal jaar later tot op zekere hoogte uit te komen, wanneer in 1853 het raadhuis in alle rep en roer van Loon op Zand naar Kaatsheuvel werd overgehaald.
Onderwijzer Van Woensel
In de zomer van 1830 werd Hendrik van Woensel aangesteld als onderwijzer op de O.L. (Openbare Lagere) School van Kaatsheuvel. In zijn periode als
schoolmeester kwam er een nieuw schoolgebouw in Kaatsheuvel.
Geboren in 1808 in het nabij gelegen Baardwijk ging Van Woensel met hart en ziel voor het onderwijs van de Ketsheuvelse jeugd. Van Woensel wordt immers door de meeste en voornaamste ingezetenen van Kaatsheuvel hooggeacht en hij legt alle ijver aan de dag om hun kinderen goed onderwijs te geven. (Straetse en Vaertse twisten 1840-1856, Jan van Iersel)
De aanwezigheid en inzet van Van Woensel zorgt er ook voor dat er in Kaatsheuvel meer kinderen naar school zullen gaan wanneer de onderwijzer in het jaar 1842 zo’n ƒ 100,- uit de gemeentekas zou krijgen om een ondermeester aan te stellen. En hetzelfde geldt tevens ook voor de goedwillende maar 'letterlijk versleten' onderwijzer Van der Ven in Loon op Zand.
Van Woensel groeide uiteindelijk uit tot hoofdonderwijzer voor Kaatsheuvel en bleef tot hierin tot zijn dood op 26 juli 1860 werkzaam. Hij werd als onderwijzer opgevolgd door zijn zoon Theodoor van Woensel.
Foto hierboven: Een portret van Hendrik Jan van Woensel.
Frequent verloop van onderwijzers
Na het overlijden van zijn vader neemt Theodoor het hoofdonderwijzerschap waar, tot een vacature is gevuld. Op 16 januari 1861 wordt Theo van Woensel aangesteld als hoofdonderwijzer.
De personele bezetting van de school laat te wensen over. Hij werkt met kwekelingen die komen en gaan. Schoolmeester Theodoor van Woensel had het niet makkelijk. Pas wanneer een school meer dan 70 leerlingen telde, werd er een hulponderwijzer aangesteld. Dit was vaak een jongen van een jaar of 4. Zaten er meer dan 100 leerlingen op een school, dan werd er een tweede onderwijzer aangesteld.
De eerste advertenties voor hulponderwijzers voor de Openbare School te Kaatsheuvel verschijnen per het jaar 1860 in de kranten. Deze worden onder andere geplaatst in "De Noord-Brabander: Staat- en Letterkundig Dagblad", "De Tijd: Godsdienstig- Staatkundig Dagblad" en de "Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant".
Tegenzittende verzoeken naar de gemeente en onderbemanning binnen de school zorgen ervoor dat Theodoor aan de drank raakt. Ook nadat hij door het bestuur op het matje geroepen werd kwam er geen verbetering in zijn situatie. Dit leidde tot zijn ontslag op 1 januari 1875. Theodoor werd als hoofdonderwijzer opgevolgd door Gerardus van Woerkom.
Het einde van het eerste schoolgebouw
Na twee-en-één halve eeuw aan onderwijs in onderwijzershuizen en het eerste echte schoolgebouw werd er gewerkt aan een meer stabielere vorm van onderwijs voor de Ketsheuvelse jeugd. Er kwam in 1880 een modern schoolgebouw, dat zich aan het zandpad genaamd "de Kerkpad" zou vestigen, dit pad werd later de Schoolstraat (tegenwoordig Dr. van Beurdenstraat) en heette vanaf nu de Openbare Jongensschool te Kaatsheuvel. Hoewel het personeel van de "eerste Ketsheuvelse school" werd meegenomen naar de nieuwe, bleef de rest achter.
Net als het pand van de eerste school dat in 1834 werd opgeleverd. Desondanks vond het pand enkele jaren later een nieuw doel. In het jaar 1917 werden binnen het gebouw enkele woningen gerealiseerd, hier zouden tot in de jaren '80 van die eeuw nog verschillende gezinnen wonen.
Uiteindelijk raakte het buiten gebruik en verloor de gemeente klaarblijkelijk het oog op dit historisch gebouw. Het raakte in zwaar verval en is na meer dan 180 jaar bestaan ergens na het jaar 2017 tenslotte gesloopt.

Meer foto's zien?
Neem dan vlug een kijkje in de Beeldbank voor meer foto's
van onder andere het raadhuis in Kaatsheuvel!

Bronnen:
-
Straetse en Vaertse twisten 1840-1856, Jan van Iersel. https://heemkundekringloonoptsandt.nl/wp-content/uploads/2017/04/SenV-twisten.pdf
-
Strol Zaand, Heemkundekring de Ketsheuvel, 1997, nr. 3, Het onderwijs van 1550 tot 1850, P.A. van Beers, p.34-38.
-
Facebookpagina "Kaatsheuvel van Toen", verschillende posts van Hans Leegganger, 2017. https://www.facebook.com/groups/301245930225495/permalink/405057559844331/
-
Van Gorkum, L. E. N. (2020). Eerste school in Kaatsheuvel. Aaw Nieuws, 11(1), p. 32–39.