DE MOBILISATIE VAN 1914-1918

Kaatsheuvel is in de zomer van 1914 in rep en roer. De stadsomroeper kondigt in verband met de oorlogsdreiging werd op 31 juli 1914 een algehele mobilisatie aan voor Nederland. Alle militairen moesten zich op 1 augustus melden bij hun kazerne. Het leger bestond uit de militie (het veldleger), de landweer (die bewaakte onder meer de grens, kust, bruggen en spoorwegen) en de landstorm. Er werden 200.000 mensen opgeroepen.

Ogenblikkelijk vertrekken honderden mannen om het leger in te gaan. Zo raakt bijvoorbeeld Waspik een kwart van zijn mannen in de leeftijd van 20 tot 28 jaar voor langere tijd kwijt. Vele gezinnen verliezen hun kostwinner en zijn aangewezen op een karige vergoeding. Boeren moeten hun paarden aan het leger afstaan, dat ze voor de hele regio in Capelle verzamelt.

Vandaag de dag is mobiliteit iets normaals. Honderd jaar geleden ligt dit anders. De overgrote meerderheid van de bevolking komt zijn leven lang niet verder dan op loopafstand van zijn geboortegrond. De bijna gelijktijdige en massale komst van militairen en Belgische vluchtelingen in 1914 heeft daarom een grote invloed.

Waspik bijvoorbeeld telt in die jaren, afgerond, 3.300 inwoners. Gedurende de oorlogsjaren heeft het gemiddeld zo'n 250 ingekwartierde soldaten en 140 Belgische vluchtelingen over de vloer. Daaronder, vanaf maart 1916 tot aan het einde van de oorlog, een zestigtal Belgische jongens van 6 tot 14 jaar. Ondergebracht in een particulier herenhuis krijgen zij dagelijks les van Belgische onderwijzers. In Waalwijk vraagt het gemeentebestuur in 1917 aan het Rijksbureau voor de Distributie brandstof voor 8.000 inwoners, waaronder 3.000 soldaten. Op vrijdag 25 september 1914 werd in Nederland de staat van beleg afgekondigd. De spanning van de oorlog nam toe. Het burgerlijk bestuur werd ondergeschikt aan militair bestuur.

In september 1914 is de Eerste wereldoorlog amper twee maanden oud. De mobilisatie is nog in volle gang. De kersverse Grote Oorlog ligt niet ver van Kaatsheuvel. Het dorp ligt 21 km van de Belgische grens af (in de richting van Turnhout), waar de Dodendraad langs gaat, die de Duitsers met geweld bewaken. 


HET LOKALE NIEUWS UIT DE MOBILISATIEPERIODE (1914-1918)

Nieuwe brood- en vleesprijzen (1915)

In het begin van dit jaar mogen de bakkers voor hun brood voortaan het volgende berekenen: roggebrood 14 cent per kilo, zoetbrood 21 cent, roggemik 22 cent, krentenmik 22 cent per driekwart kilo, melk-knipbrood 22 cent per driekwart kilo en fransbrood 14 cent per pond.

De regering heeft verder de vleesprijzen vastgesteld: spek 47½ cent per kilo, carbonade 50 cent, biefstuk 60 cent per pond en worst 55 cent per pond. 


Het gildenhuis en -bond (1915)

Voorlopig is het gildenhuis in alle stilte betrokken. De feestvergaderingen zullen later volgen. In de gildenbond zijn vakverenigingen, ziekenfonds, kruisverbond en propagandaclub gevestigd.

 

Gemobiliseerde soldaten in de Ketsheuvel (1915)

Er worden 100 man van de "munitietrein" in Kaatsheuvel ingekwartierd en ook worden er 100 paarden ondergebracht. Later komen in Sprang en Kaatsheuvel voor een nacht 2000 militairen, die de volgende dag manoeuvres houden op de Loonse hei.

Velen worden voor die nacht ondergebracht in de oude kerk. Vertrekkende militairen zijn in zwaar beschonken toestand aan het vechten geweest. Ze hebben ook ruiten ingegooid bij verschillende burgers.

 

Kindarbeiders en veeproblemen (1915)

Een 14-jarige Sprangse jongen die op een schoenfabriek werkt raakt tussen de schuurmachine een vinger kwijt. Bij een ander bedrijf komt een 13-jarige jongen met zijn pink onder de hakkenpers. De pink is geheel verbrijzeld.

Er heerst veel mond- en klauwzeer onder het vee. De boerenbond vergadert ijlings in de Gildenbond om afdoende maatregelen gedaan zien te krijgen.


Aflassing kermis dit jaar (1915)

Hoewel er dit jaar geen kermis zal zijn, ontstaat er onenigheid tussen patroons en personeel. De schoenmakers menen recht te hebben op twee vrije dagen, echter de ene fabrikant wil toch vrijaf geven, de andere weer niet.

 

Vluchtelingen van de Grote Oorlog (1915)

De 6 paters die vanuit Aarschot, België naar Kaatsheuvel zijn gevlucht, willen aan 25, eveneens gevluchte, studenten les geven zodat deze hun priesteropleiding kunnen voortzetten. Later in het jaar waren dat 38 studenten. 

De 70 Belgische vluchtelingen die al eerder waren ondergebracht in het pas afgebouwde Missiehuis vertrekken naar een kamp in Uden.


Melk- en Zuivelfabriek (1915)

Er wordt een dependance van de Coöperatieve Tilburgse Melk- en Zuivelfabriek geopend. Men gaat er gepasteuriseerde melk verkopen en nieuwe producten zoals yoghurt.