DE HEREN EN BURGEMEESTERS

Eeuwenlang werd het lokale gezag in onze streken uitgeoefend door heren van een heerlijkheid. Deze heren bezaten niet alleen grond en rechten, maar hadden ook bestuurlijke en rechtsprekende macht binnen hun gebied. Zij bepaalden het dagelijks bestuur, hielden toezicht op orde en recht, en vertegenwoordigden de heerlijkheid naar buiten toe.

Vanaf de late middeleeuwen veranderde dit systeem geleidelijk. De macht van de heren werd stap voor stap ingeperkt, terwijl nieuwe bestuurlijke functies ontstonden. De schout werd de belangrijkste lokale functionaris: verantwoordelijk voor rechtspraak, ordehandhaving en het uitvoeren van besluiten. Later kwamen daar burgemeesters bij, die samen met schepenen het bestuur vormden.

Met de invoering van de gemeentewet in 1851, opgesteld door Thorbecke, verdween het oude heerlijkheidsstelsel definitief. Nederland werd ingedeeld in moderne gemeenten met een gekozen raad en een burgemeester als hoofd van het bestuur. Daarmee verschoof de macht van adellijke heren naar democratisch georganiseerde lokale overheden, een verandering die de basis legde voor het bestuur zoals we dat vandaag kennen.


DE HEREN (EN VROUWEN) VAN HEERLIJKHEID VENLOON

De geschiedenis van Loon op Zand begint vanaf het moment dat hertog Jan I van Brabant de nieuwe heerlijkheid aan Willem van Horne geeft. Eeuwenlang besturen de heren de heerlijkheid. Zij vormden het hoogste gezag binnen het gebied en bepaalden het ritme van het dagelijks leven: van rechtspraak en belastinginning tot bescherming van de inwoners. Als bezitters van de heerlijkheid hadden zij zowel macht als verantwoordelijkheid, en hun beslissingen drukten een blijvend stempel op de ontwikkeling van Venloon.

Er zijn in totaal 26 heren van heerlijkheid Venloon (later Loon op Zand):

  1. Willem van Horne (±1200-1289), vanaf 1269.
  2. Willem II van Horne (±1240-1304), vanaf 1296.
  3. Gerard I van Horne (±1270-1331)
  4. Willem IV van Horne (1302-1343)
  5. Gerard II van Horne (±1320-1345)
  6. Johanna van Horne (±1320-1356)
  7. Zweder van Abcoude (±1350-1400)
  8. Paulus van Haestrecht (±1340-1404)
  9. Dirk I van Haestrecht (±1370-±1440)
  10. Paulus II van Haastrecht (±1410-1473)
  11. Dirk II van Haastrecht (±1440-1481)
  12. Maria van Haestrecht (±1475-±1555)
  13. Dirk van Grevenbroek (±1490-1573)
  14. Floris van Grevenbroek (1522-1559)
  15. Josine van Grevenbroek (±1555-1594)
  16. Diederik van Lier van Immerseel (1572-1610)
  17. Engelbert II van Immerseel (±1600-1652), vanaf 1610
  18. Maria Isabelle van Lier van Immerseel (1636-1674)
  19. Thomas Ignace van Lier van Immerseel (±1630-1677)
  20. Ferdinand Albert Hyacinth van Immerseel (1671-1696)
  21. Charel van Immerseel (1674-1741)
  22. Albertine de Dongelberghe (±1675-1747)
  23. Anne Louis Alexandre de Montmorency (1724-1812)
  24. Lodewijk Karel Otto van Salm-Salm (1721-1778)
  25. Konstantijn van Salm-Salm (1762-1828)
  26. Florentijn van Salm-Salm (1786-1846)

SCHOUTEN EN BURGEMEESTERS VAN GEMEENTE LOON OP ZAND

Na de periode van de heren van de heerlijkheid kwam het lokale bestuur in handen van de schout. Deze functionaris stond centraal in het dagelijks bestuur: hij handhaafde de orde, sprak recht namens de heer en voerde bestuurlijke taken uit binnen de gemeenschap. De schout was daarmee zowel bestuurder als rechter, een spilfiguur in het lokale leven.

In de loop van de achttiende en negentiende eeuw veranderde dit systeem ingrijpend. De rechtspraak werd losgekoppeld van het bestuur, en de invloed van de heerlijkheden nam sterk af. Gemeenschappen kregen steeds meer behoefte aan een bestuur dat niet langer verbonden was aan adellijke rechten, maar aan publieke verantwoordelijkheid.

Met de bestuurlijke hervormingen van de Franse tijd en later de Gemeentewet van 1851 werd de schout definitief vervangen door de burgemeester. De burgemeester werd het hoofd van een moderne, democratisch georganiseerde gemeente, ondersteund door een gemeenteraad en wethouders. Waar de schout vooral uitvoerder was van de wil van de heer, werd de burgemeester de vertegenwoordiger van de gemeenschap zelf.

  1. Jan Cornelis Tijsmans, van 1810 tot 1821
  2. Pieter van den Hummel, van 1821 tot 1855
  3. Jhr. Arnoldus Antonius Josephus Marie Verheyen, van 1856 tot 1865
  4. Pieter van Dortmond, van 1865 tot 1901
  5. Josephus L. van Besouw, van 1901 tot 1933
  6. J.A. Frans Mallens, van 1934 tot 1944
  7. Johannes M.G. Kemenade, van 1944 tot 1945 (waarnemend)
  8. J.A. Frans Mallens, van 1945 tot 1948
  9. Reinier van der Heijden, van 1948 tot 1963
  10. Louis van Erp, van 1963 tot 1974
  11. Ferdinand Fiévez, van 1975 tot 1985
  12. Hans van Dun, van 1985 tot 1995
  13. Jan de Geus, van 1995 tot 1997 (waarnemend)
  14. Jan Weierink, van 1997 tot 2004
  15. Kees Leijten, in 2004 (waarnemend)
  16. Ria van Hoek- Martens, van 2004 tot 2010
  17. Wim Luijendijk, van 2010 tot 2017 (van 2008 tot 2010 waarnemend)
  18. Hanne van Aart, van 2017 tot 2024
  19. Erik Ronnes, van 2024 tot 2025 (waarnemend)
  20. Davy Jansen, van 2025 tot heden

Nr. Ambtsperiode Naam Bijzonderheden
1 Willem van Horne € 7,50
2 Willem II van Horne
3 Gerard I van Horne
4 Willem IV van Horne
5 Gerard II van Horne
6 Johanna van Horne