De jonge slachtoffers van de M.A.St.

Op woensdagavond 10 juli 1957 ging Jan van Gorkum (1918-1972) op bezoek bij dhr. Donders, een kennis van Van Gorkum. Dhr. Donders was een hondenboer en woonde daar in een blok van drie huisjes met onder andere Koos Sings en Wilhelmus Opperman.

Toen Van Gorkum bij Donders was galmde er plots een enorme explosie en iedereen uit de buurt vloog naar buiten om te kijken wat er aan de hand was.

De 13-jarige zoon van Wilhelmus Opperman, Jan Opperman had samen met zijn 12-jarige vriend Jan Verhoeven een handgranaat gevonden bij de M.A.St. (Munitions Ausgabe Stelle), een voormalige Duitse munitieopslag in de bossen tussen Kaatsheuvel en Loon op Zand. De twee jongens probeerde deze handgranaat door te zagen tussen de bankschroef in de schuur van Opperman, toen deze door het gezaag explodeerde.

De 13-jarige zoon van Opperman was opslag dood, Jan Verhoeven was zwaar gewond en vrouw Opperman die stond te strijken kreeg een aantal granaatschijven in haar rug. Omdat Jan van Gorkum in de buurt was, was hij er ook als eerste terplekke en ging de schuur in.

Van Gorkum tilde de jongen van Verhoeven onmiddellijk naar buiten, waarop de jongen aan Van Gorkum vroeg of hij nog wel al zijn vingers had. Jan Verhoeven kwam anderhalve dag later aan inwendige bloedingen te overlijden, hij werd slechts 12 jaar. Beide jongens werden begraven op het St. Jozefkerkhof, schuin achter Van Gorkums eigen zoontje, die acht jaar daarvoor als baby kwam te overlijden.


Bron:

  • Van Gorkum, W. J. E. (2012). Kroniek van mijn opa’s en mij: Het verhaal van vier opa’s.

  • Jongen gedood door granaat: Nieuwsblad van het Zuiden, Datum 12-07-1957.

  • Nieuwe Tilburgsche courant, 12-07-1957, dag editie.

  • De nieuwe Limburger, 12-07-1957, dag editie.

  • Twee jongens na granaatexplosie overleden: Het Parool, 16-07-1957, dag editie.