

DE DERTIENDE EEUW (1200 - 1300)
In 1233 is er voor het eerst sprake van Loon op Zand, wanneer er een stenen St. Willebrordkerkje gebouwd is. De plaats werd in 1269 voor het eerst officieel genoemd, toen hertog Jan I van Brabant het als grondheerlijkheid werd uitgegeven aan Willem van Horne.
Het plaatsje dat in de twaalfde eeuw ontstond is niet op dezelfde plek gelegen als de huidige nederzetting. In de veertiende eeuw zag men zich door de zandverstuivingen gedwongen om de locatie van het oude Venloon meer naar het zuidwesten op te schuiven. Op een stuk grond met de naam: "Kerkenakker" nabij de Waalwijksebaan zijn ondergronds nog resten van het dertiende-eeuwse kerkje.
Loon op Zand kan worden aangeduid als een kasteeldorp. Er zijn aanwijsbare relaties tussen de vorming van het dorp en het kasteel. Er was een eigen adellijke kerk, de gemeente werd als grondheerlijkheid uitgegeven en er is nog steeds een zichtbare relatie tussen het kasteel en de overige dorpsbebouwing. Wanneer men de functie van de nederzetting primair stelt, kan men Loon op Zand tot de
straatdorpen rekenen. Het bevindt zich op de overgang tussen zand en veengebied en het lag op een kruispunt van wegen waardoor de handelsfunctie tot ontwikkeling kwam. Een straat, bestaande uit aaneengesloten bebouwing kon zich aldus ontwikkelen.
Akte van belening van heerlijkheid Loon op Zand
4 mei 1269 - "Johannes dei gratia dux Lotharingie et Brabantie universis tam presentibus quam futuris presentes litteras inspecturis salute et cognoscere veritatem quod nos dedimus et assignavimus plenarie in feodo ad jura terre nostre Brabantie obtinendo in iurisdictione altum et bassum nobili viro Wilhelmo domino de Roerne militi villam de Venloene cum omnibus vul galiter dictis wastina, thuno, moro et deserto et cum suis pertinentiis sitam inter silvam de Eudenhout et den Grondelosen Merken et etiam Merendijc quod iacet retro Wael wyc et Baerdwyc usque ad vicum qui iacet inter Tilborgh et Venloene predictam et tertiam partem decime de Tilborgh et etiam terras arabiles in Eudenhout cum sileis et pratis in cuius rei testimonium sigillum nostrum presentibus duximus apponendum cum nostris nobilibus viris ad hoc requisitis Waltero Berthout domino Mechliniensi et Egidio Berthout domino de Hoenbeke datum anno Domini millesimo ducentesimo sexagesimo nono sabbato post ascensionem Domini."
Vertaling:
4 mei 1269 - "Jan, bij de gratie Gods hertog van Lotharingen en van Brabant, allen te samen voor het heden als in het toekomende, die deze tegenwoordige brief zullen zien, gegroet en verneemt de waarheid, dat wij gegeven en toegewezen hebben in volle leen, in bezit te houden naar het recht van het land van Brabant, de hoge en lage jurisdictie aan de edele heer Willem van Horne ridder, de villa (buitenplaats) Venloon met al zijn, gemeenlijk genoemd woeste gronden, hoven, moeren en wildernissen met al haar toebehoren, gelegen tussen het bos van Udenhout en de Grondelosen Merken en ook de Meerdijk die zich uitstrekt achter Waalwijk en Baardwijk tot aan de straat die ligt tussen Tilburg en Venloon voornoemd en een derde deel van de tienden van Tilburg en ook bouwlanden in Udenhout met bossen en weiden.
Ter getuigenis van deze zaak hebben wij ons zegel daaraan aangebracht en eraan toegevoegd die van onze edele heren, daartoe verzocht, Walter van Berthout, heer van Mechelen, en Egidius van Berthout, heer van Hoenbeke, gegeven in het jaar ons Heren duizend tweehonderdnegenenzestig op de zaterdag na de Hemelvaart van de Heer."
Uitleg:
Akte van belening door hertog Jan van Lotharingen, van Brabant [ook genaamd: Jan I van Brabant] van Willem, heer van Hoeme [ook genaamd Willem van Horne] met de villa (het dorp of kasteel) van Venloon, de tienden, wildernissen, cijnsen, moeren en deserto (woestenijen), gelegen tussen het bos van Eudenhout (Udenhout), den grondelosen merken en ook den Merendijc (Meerdijk), die ligt achter Waelwijc (Waalwijk) en Baerdwijc (Baardwijk), tot aan de 'vicum' die ligt tussen Tilborch (Tilburg) en Venloene (Venloon), alsmede niet het derde part van tienden in Tilborgh en de vruchtbare akkers, bossen en wildernissen in Udenhout. Getuigen Waltero Berthout, heer van Mechelen, Egidio Berthout, heer van Hoenbeke
Bron:
-
Archief Heerlijkheid Loon op Zand (AHLoZ, 782) inv. nr. 104
RHC Tilburg, Charterverzameling (CV) nr. 44.
Afschrift uit het Latijn uit 1610 in AHLoZ inv. nr. 113
Afschrift uit het Latijn uit 1651 in OALoZ (781) vnr. 1353
N.B. Camps (Oorkondeboek nr. 317) vermeldt voor drie woorden een andere schrijfwijze, namelijk salutem i.p.v. salute; vulgariter i.p.v. vulgaliter; en thimo i.p.v. thuno. Vicum: straat, plaats https://www.archieven.nl/nl/zoeken?mivast=0&mizig=210&miadt=235&miaet=1&micode=294&minr=13276918&miview=inv2