Pastoor Adriaan Huijgens


Functies:

  • Pastoor te Loon op Zand
  • Pastoor te Kaatsheuvel (1789-1821)

Adrianus "Adriaan" Huijgens werd geboren op 30 april 1750 te Teteringen, als zoon van Antonie Egidi Huijgens (±1720-1789) en Cornelia Brouwers (±1720-1797). Hij was de enigste zoon uit de vijf kinderen van dit gezin. 


Gevochten voor een pastoor

Huijgens werd pastoor en ging zodoende te werk voor de het dorp Loon op Zand. Het was Huijgens zelf die later had gevraagd om pastoor in Kaatsheuvel te mogen worden. De parochianen in Loon op Zand zijn daar ontstemd over, want ze zien hun pastoor niet graag vertrekken. Ze werken hem tegen en verhinderen zijn verhuizing.

In een parochiekroniek staat geschreven: “Enkele honderden Ketsheuvelse mannen, bewapend met stokken en rieken, ontzetten de pastoor op de Loonse pastorie, en begeleidden hem onder gezang naar ons dorp.” Dat waren nog eens tijden, waarin letterlijk gevochten werd om een pastoor! Overigens declareert hij wel f. 50,- aan verhuiskosten bij Kaatsheuvelse parochianen.

Adriaan Huijgens werd uiteindelijk in 1789 benoemd tot (eerste) pastoor in Kaatsheuvel.

Hij bleef pastoor voor het dorp tot zijn dood; het was ongebruikelijk dat pastoors met pensioen (of emeritaat) gingen. Huijgens is daarom 35 jaar pastoor geweest in Kaatsheuvel, langer dan al zijn opvolgers. 


Genootschap van de Heilige Rozenkrans

Van pastoor Huijgens wordt gemeld dat hij het Genootschap van den H. Rozenkrans heeft opgericht. Hij kreeg toestemming om als Rooms-Katholieke priester de katholieken van Sprang, van ´s-Grevelduin en Vrijhoeve-Capelle op hun ziekbed of bij hun dood op katholieke wijze te bedienen.

Deze gebieden zijn doorgaand bijna volledig Protestants, het aantal Katholieken in die gebieden is dan op één hand te tellen, maar desondanks zorgde pastoor Huijgens er toch voor dat zij in hun geloof voorzien konden worden.


In 1807 getuigt Pastoor Huijgens er van dat hij een kapelaan in de kost heeft, namelijk Joannes Mickers. "Met een competentie van 150 guldens, waarvan 100 guldens afgaan voor zijn tafel". Met andere woorden, kapelaan Mickers moet jaarlijks 100 gulden aan kostgeld
betalen.

Vanaf 1816 worden er jaarlijkse bedevaarten naar Kevelaer (Duitsland) georganiseerd. Na een verzoek van de Kaatsheuvelse Rooms-Katholieke parochie, wordt door de Gedeputeerde Staten der provincie Noord-Brabant op 7 januari 1818 toestemming gegeven om een kerkhof aan te leggen. Tot dusver werden de overledenen op de gemeentelijke begraafplaats begraven (de gemeentelijke begraafplaats bevond zich op de locatie waar tegenwoordig de Prinses Irenestraat ligt).


Overlijden

Op 7 oktober 1831 kwam pastoor Huijgens te overlijden te Kaatsheuvel en werd aldaar begraven. Hij werd 81 jaar oud, nog altijd dienst doende als pastoor. Hij is vanaf zijn 35ste tot 81ste pastoor van Kaatsheuvel geweest.

Het graf van pastoor Huijgens lag er tegen de jaren zestig/ zeventig van de twintigste eeuw verwaarloosd bij, waarop de keuze was genomen het graf te ontruimen. In de krant verschenen toen boze reacties van mensen die meer gevoel hadden voor de lokale geschiedenis en het religieuze erfgoed.

Gelukkig heeft een getrouwe kopie van de grafsteen van de eerste pastoor van Kaatsheuvel nu weer een prominente plaats gekregen bij de gerestaureerde pastoorsgraven op het St. Janskerkhof.

Pastoor Huijgens werd opgevolgd door zijn eigen kapelaan Zoethout (1793-1853).

Op zijn graf staat de volgende tekst: Hier legt begraven Ad Huijgens Eerste pastoor zedert 35 jaren dezer gemeente. Geboren te Teteringen den 30e April 1750, overleden alhier den 7e Octob. 1831 Bid voor zijn ziel. D.O.M.


Bronnen: