

Pastoor Johannes de Bont
Functies:
- Professor aan het kleinseminarie te St. Michielsgestel
- Rector aan het gymnasium te Ravenstein
- Kapelaan te Oeffelt
- Pastoor te Empel
- Pastoor van de Waterstaatskerk te Kaatsheuvel (1889-1900)
Johannes Cornelius de Bont werd geboren op 30 maart 1839 te Waspik, als de zoon van Huibert de Bont (1813-1890) en Pietronella van Bokhoven (1814-1885). Hij was één van negen kinderen uit dit gezin, waarvan hijzelf de oudste was:
- Johannes Cornelius de Bont (1839-1900)
- Adrianus Petrus de Bont (1841-1930)
- Rumoldus Cornelius de Bont (1843-???)
- Maria Johanna de Bont (1844-1914)
- Clasina Maria de Bont (1846-1853)
- Johanna Christina de Bont (1848-1857)
- Hubertus Johannes de Bont (1850-1900)
- Petronella Clasina de Bont (1853-???)
- Clasina Maria de Bont (1854-1922)
Carrière
De Bont hield zich vanaf zijn volwassen jaren onder andere bezig als professor aan het kleinseminarie in St. Michielsgestel (leraren daar werden ‘professor’ genoemd) en rector aan het gymnasium in Ravenstein. Daarnaast was hij een periode kapelaan te Oeffelt. Op 50-jarige leeftijd werd De Bont pastoor van de Waterstaatskerk in Kaatsheuvel. Hiermee volgde hij de reeds overleden pastoor Janssens (1824-1889) op.
Ook zijn broer Hubertus Johannes de Bont was pastoor en rector van de "Vereeniging van Vrouwen" te Oirschot.
Als pastoor te Kaatsheuvel
In 1892 vroeg pastoor De Bont aan de bisschop verlof om jaarlijks tien gulden uit de kerkkas te mogen nemen om daarmee de 22 zelatricen en zelateurs van de Sint Pieterspenning (dat zijn degenen die het geld daarvoor ophalen) op een goed glas wijn te kunnen onthalen. Je zou dit als het begin kunnen zien van wat nu bekend staat als de jaarlijkse vrijwilligersavond.
Aan het einde van de negentiende eeuw was Kaatsheuvel dermate gegroeid dat de Waterstaatskerk te klein was geworden om als enigste parochiekerk in het dorp Kaatsheuvel te dienen. In 1893 werden bedelbrieven verspreid, in 1894 werd begonnen met de bouw. Een nieuwe kerk werd gesticht voor de buurtschap Berndijk en was oorspronkelijk bedoeld als hulpkerk van de St. Johannes de Doperparochie, bediend door een kapelaan. Reden was, aldus de stichtende pastoor De Bont, om "een bastion te vormen tegen het oprukkende protestantse geloof". Daarnaast benoemd pastoor De Bont ook dat de 1.200 mensen uit deze nieuwe wijk het te ver vonden lopen naar de Waterstaatskerk. En als ze toch kwamen zat deze kerk altijd te vol.
In de omgeving van Kaatsheuvel had men maar liefst vijf protestantse kerken gebouwd. De reden daarvan was overigens dat in de nabijgelegen Langstraat vanouds veel protestanten woonden.
Op 17 april 1895 legde hij als pastoor van de St. Jan de eerste steen van de H.H. Martelaren van Gorkumkerk aan d'n Berndijk. en in 1895 werd deze kerk ingewijd. Aanvankelijk was deze kerk een hulpkerk van de St. Johannes de Doperparochie, daarom bleef de kerk onder De Bonts pastoraat totdat in dat jaar de Martelaren van Gorcumkerk een eigen pastoor kreeg, namelijk pastoor Sweens.
Laatste jaren
Hij is elf jaar pastoor in Kaatsheuvel geweest en stierf op 7 oktober 1900 te Empel en Ver (regio 's-Hertogenbosch), op 61-jarige leeftijd. Als pastoor van de Waterstaatskerk werd hij opgevolgd door kapelaan Nielen (1856-1919), daarvoor dienstdoende bij de St. Jan te 's-Hertogenbosch.
Onder pastoor De Bont werden de thans nog in gebruik zijnde 14 kruiswegstaties aangekocht; deze zijn van de hand van Hugo Kohl en op gepolijste koperen platen geschilderd. Vermeldenswaard is dat de inzameling voor de kruisweg onder de parochianen bijna vier keer zoveel opbracht als nodig was; het restant werd alvast gereserveerd voor de bouw van de nieuwe kerk.
Bron:
- Jan van de Mond, "Bidprentjes Oeffelt", database, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/bidprentjes-oeffelt/I225.php: benaderd 20 oktober 2026), "Johannes Cornelius de Bont (1839-1900)".