

Pastoor Cornelis Janssens
Functie:
- Professor aan het seminarie te St. Michielsgestel (1850-1852)
- Kapelaan te Grave (1852-1870)
- Pastoor van de Waterstaatskerk te Kaatsheuvel (1871-1889)
Cornelius "Cornelis" Janssens werd R.K. gedoopt op 20 november 1824 in de parochie 't Goirke te Tilburg, als zoon van Johannes Laurens "Jean" Janssens (1779-1860) en Johanna Maria "Anna" van der Pas (±1779-1836). Hij was de jongste van de vier kinderen in het gezin:
- Maria Anna Janssens (1812-???)
- Johanna Maria van Sprang- Janssens (1814-1882)
- Laurens Janssens (1817-1899)
- Adriaan Janssens (1819-1899)
- Cornelius Janssen (1824-1889)
Reputatie als pastoor
Cornelius Janssen werd op 22 mei 1850 ingewijd als priester en ging later dat jaar, op 27 oktober 1850 aan het werk als professor aan het seminarie te St. Michielsgestel. Twee jaar later werd hij kapelaan te Grave, wat hij bleef doen voor de komende 18 jaar.
Op 31 december 1870 volgde hij de reeds overleden pastoor Van Mierlo (1820-1870) van de Waterstaatskerk te Kaatsheuvel op.
Hij was als pastoor zeer geliefd, dat blijkt uit het feit dat bij zijn uitvaart meer dan duizend mensen aanwezig waren, waaronder ook leden van niet-kerkelijke verenigingen, zoals het gilde "St. Crispijn", de oudemannenvereniging, de schutterij en de harmoniekorpsen "Euphonia" en "Apollo".
Bekend is dat hij jaarlijks op de zustersschool in de novembermaand een kinderfeest organiseerde, waarbij alle behoeftige kinderen een warm kledingstuk en een traktatie kregen; deze traditie werd onder zijn opvolgers voortgezet en kreeg de naam ‘het pastoorsfeest’.
Opbouw en uitbouw
Het zijn onder pastoor Janssens jaren van opbouw en uitbouw, hetgeen lijkt uit de correspondentie met het bisdom. Meteen in zijn eerste jaar spreekt pastoor Janssens tegen de bisschop zijn zorg uit over de slechte kwaliteit van de (Waterstaats)kerk, die dan pas 35 jaar oud is.
Het zal nog tot 1913 duren, voordat er een nieuwe (huidige) kerk komt.
Pastoor Janssens zet zich in voor bestrating langs de kerk, voor een stenen pad van het zustersklooster naar de kerk, voor een nieuw (doelmatig) klooster voor de zusters, voor een gasthuis voor ouden van dagen en voor de bouw van een zesklassige meisjesschool. Een en ander is mogelijk door giften en legaten van parochianen.
Interessant is de motivering die de pastoor geeft voor een badkamer in het gasthuis. Die is nodig “ter reiniging der aankomende nieuwelingen”. Dat is blijkbaar belangrijker en harder nodig dan het wekelijkse (?) bad van de bewoners. Het zegt iets over de hygiëne in die tijd.
Laatste jaren
In 1876 wordt de Broederschap Bedevaart naar Brielle opgericht. Daaruit kan worden opgemaakt, dat de verering voor de HH. Martelaren van Gorkum al bestond voordat de naar deze martelaren genoemde parochie in d’n Berndijk werd opgericht.
Vanwege de voortdurende groei van de parochie kreeg Kaatsheuvel in 1888 een derde kapelaan.
Pastoor Janssens komt op 14 juni 1889 op 64-jarige leeftijd te overlijden. Hij werd als pastoor opgevolgd door Johannes de Bont (1839-1900), die daarvoor afgaand niet alleen kapelaan te Oeffelt was, maar ook professor aan het kleinseminarie te St. Michielsgestel en rector aan het gymnasium te Ravenstein.
Bron:
- J. Eijsermans, "Genealogische data Golse Genen", database, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/genealogische-data-golse-genen/I70935.php: benaderd 20 oktober 2026), "Johannes Janssens (1779-1860)".