

Pastoor Wilhelmus Völker
Functies:
- Vice-prefect van het kleinseminarie Beekvliet te St. Michielsgestel
- Kapelaan te Geertruidenberg (1883-1898)
- Kapelaan van de H. Hartkerk te Tilburg (1898-1901)
- Pastoor van de Waterstaatskerk te Kaatsheuvel (1901-1913)
- Pastoor van de St. Johannes de Doperkerk te Kaatsheuvel (1913-1934)
- Geheim Kamerheer van Zijne Heiligheid de Paus (Benedictus) (1920-1934)
- Monseigneur (1920-1934)
Wilhelmus Henri Völker werd op 5 februari 1856 (soms 6 februari vermeld) in Veghel geboren, als zoon van de Duitse Bernard Anton Völker en Godefrida Kuijpers.
Start als pastoor te Kaatsheuvel
Na zijn priesterwijding in mei 1880 in 's-Hertogenbosch werd hij eerst vice-prefect van het kleinseminarie Beekvliet in St. Michielsgestel en vervolgens was hij vanaf 7 november 1883 bijna 15 jaar kapelaan in Geertruidenberg. In 1898 werd hij naar Tilburg geroepen en werd hij kapellaan van Tilburg (Noordhoek).
Op 45-jarige leeftijd, op 23 augustus 1901, volgde hij pastoor Nielen (1856-1916) op en werd daarmee pastoor van de Waterstaatskerk te Kaatsheuvel. Pastoor Völker zal uiteindelijk ruim 32 jaar pastoor binnen Kaatsheuvel zijn geweest. Op de eerste pastoor na (Adriaan Huijgens), is hij het langst pastoor geweest binnen de parochie.
In 1912 was hij enige tijd ziek waardoor hij enkele maanden bij zijn familie in Veghel verbleef. Eind 1912 keerde hij terug in Kaatsheuvel. De pastorie waarnaar hij terugkeerde was druk bewoond. Er woonde enkele kapelaans, waardoor de neef van pastoor Völker die kapelaan was, en twee dienstboden.
Het volgende jaar (1913) werd de nieuwe kerk afgerond, een project dat een van zijn voorgangers, pastoor Janssens, had opgestart. Zo werd tijdens de pastoraat van pastoor Völker de huidige St. Johannes de Doperkerk (St. Jan) op 5 juli 1913 ingewijd. De parochie bleef hetzelfde, alleen het kerkgebouw ging van de Waterstaatskerk over naar de St. Jan.
Veertigjarig priesterjubileum
Op Tweede Pinksterdag 1920 vierde pastoor Völker zijn 40-jarig priesterjubileum. In dat jaar werd hij door paus Benedictus om al zijn verdiensten benoemd tot Geheim Kamerheer van Zijne Heiligheid de Paus en mocht hij de titel van monseigneur en de daarbij behorende kleding dragen: klein paars (paarse biezen aan zijn toog, paarse knopen en bij feestelijke gelegenheden een paarse band om zijn middel).
Pastoor Völker was dus een monseigneur, maar geen bisschop. Daar bestaat vaak verwarring over; daarom voor alle helderheid: elke bisschop is een monseigneur, maar niet elke monseigneur is bisschop.
Hoe de bevolking meeleefde met pastoor Völker bleek wel uit het stuk in de krant waarin onder meer het defilé werd beschreven;
De opsomming geeft ook gelijk een goed beeld van het rijke verenigingsleven dat Kaatsheuvel in dat jaar had. Later in 1930 vierde hij ook zijn gouden priesterjubileum. Als cadeau kreeg de St. Jan, die hij gebouwd had, vier kerkklokken.
Mgr. Völker en het ‘Rijke Roomsche Leven
Tijdens het lange pastoraat van mgr. Völker is er natuurlijk veel gebeurd en zeker omdat het de jaren waren waarin het ‘Rijke Roomsche Leven’ werd uitgebouwd.
Om een paar dingen te noemen: er werd een zieken(gast)huis gebouwd (1902), een plaatselijke R.K. Kiesvereniging opgericht (1903), een R.K. Volksbond, later omgezet in een R.K. Vakvereniging (1906), een R.K. Ziekenfonds en een R.K. Leesbibliotheek (1907), een nieuwe Parochiële Meisjesschool wordt er gebouwd (1909), van de R.K. Boerenbond wordt een Kaatsheuvelse afdeling opgericht (1910).
Ook komt er een H. Hartbeeld vóór de kerk (1921), naast de pastorie wordt een patronaat annex conciërgewoning gebouwd (1925) waar jongeren zich kunnen verpozen en kunnen sporten, een Missienaaikring wordt opgericht (1925) die kerkelijke gewaden maakt voor Kaatsheuvelse missionarissen, de Theresiaschool wordt gebouwd (1927), de Broeders van Liefde komen naar Kaatsheuvel (1928) en daarmee wordt het Openbaar Lager Onderwijs aan jongens omgezet in R.K. Bijzonder Lager Onderwijs, er komt een klooster voor die broeders (1929) en het R.K. Begrafenisfonds Sint Jan wordt opgericht (1931).
Mgr. Völker als herder
In de parochieannalen kom je vooral organisatorische en financiële zaken tegen. Het pastorale blijft onderbelicht, daar moet je naar zoeken. Pastoor Mgr. Völker komt op 20 januari 1934 te overlijden te Kaatsheuvel. Hij werd 77 jaar oud.
Op zijn bidprentje wordt er iets over verwoord:
"Hij heeft voor zijn volk zorg gedragen en hen voor het bederf bewaard: hij beminde de Zijnen en bad veel voor hen. Zonder aanzien des persoons…
Voor de geloovigen was hij een voorbeeld in woorden, in omgang, in godsvrucht; den arme reikte hij een behulpzame hand."
Deze woorden zijn geïnspireerd door de herinneringen uit de crisisjaren, met veel werkeloosheid, waarin veel kinderen niet het nodige voedsel konden krijgen, zorgde hij met de zusters voor een Spijskokerij (een gaarkeuken).
Hij stimuleerde de ontwikkeling van kennis en geloof via het onderwijs door zusters en broeders. Voor elke Ketsheuvelse leerling die de Middelbare Handelsschool in Waalwijk bezocht, betaalde de parochie fl. 25,– per jaar. Hij zorgde voor een ‘retraitepenning’, zodat in 1913 “voor de eerste keer een groep van negentig meisjes op retraite in Tilburg” kon. En hoe zwaar moet het zijn geweest, niet alleen voor de ouders maar ook voor een pastoor, toen in 1906 in twee weken tijd 17 kinderen kwamen te overlijden als gevolg van een mazelen epidemie?
Als pastoor van de St. Janskerk werd hij opgevolgd door pastoor Van den Brekel (1876-1956).