Pastoor Cornelis Zoethout 


Functies:

  • Kapelaan te Kaatsheuvel (1819-1831)
  • Pastoor te Kaatsheuvel (1831-1836)
  • Pastoor van de Waterstaatskerk (1836-1853)

Ouderlijk gezin

Cornelis Zoethout werd op 30 maart 1793 te Kaatsheuvel geboren, als zoon van de Johannes Zoethout (geboren 1767, weduwnaar van Johanna van Bruggen) en Adriana Couwenberg (1769-1854). Hij was hun enigste kind. Vader Johannes komt in 1794 te overlijden.

Zijn moeder hertrouwt in 1799 met de olijslager Willem Wagemakers (1768-1840), zij krijgen samen zes kinderen:

  1. Cornelia Wagemakers (1800-1877)
  2. Johanna Burmanje- Wagemakers (1801-1850)
  3. Arnoldus Wagemakers (1803-1851)
  4. Gerdina Zijlmans- Wagemakers (1806-???)
  5. Willem Wagemakers (1809-1858)
  6. Dingena Wagemakers (1813-1877)

Opvolging als tweede pastoor van Kaatsheuvel

Na de dood van pastoor Huijgens in 1831 werd Cornelis Zoethout datzelfde jaar de tweede pastoor van de Kaatsheuvelse parochie. Het is opmerkelijk dat hij, een geboren en getogen Ketsheuvelse, in Kaatsheuvel tot pastoor werd benoemd, want het kwam zelden voor dat iemand benoemd werd waar die is geboren; indachtig het Schriftwoord: "Een profeet wordt overal geëerd behalve in zijn eigen stad (Marcus 6,4)".

De parochie vond toen nog zijn kerk in de vorm van een schuurkerk, dat was een katholiek kerkgebouw dat qua uiterlijk nog steeds op een schuur leek. Met de komst van de Bataafse Republiek (1795) en de Grondwet van 1798 werd de scheiding van kerk en staat ingevoerd. De protestantse kerk was niet langer de staatskerk en alle religies werden voor de wet gelijk. Na 1800 hoefden katholieken zich dus niet meer te verschuilen. De bestaande schuurkerken werden vanaf dat moment legale, officiële parochiekerken. Het "stiekeme" karakter verdween volledig. 

Omdat de schuurkerk, die tot tegen het pastoorschap van pastoor Zoethout in gebruik was, te klein werd en in slechte staat verkeerde, begonnen pastoor Zoethout en zijn kerkbestuur ontwikkelen plannen voor de bouw van een echte "stenen kerk". Het kerkbestuur, bestaande uit pastoor Zoethout en de heren C.de Beer, J. Schoenmakers, H. Span en L. Burmanje, wordt alvast een rijkssubsidie van 11.000 gulden verleend.

Deze kerk, de zogenoemde Waterstaatskerk, kwam in 1836 gereed en heeft als kerk dienst gedaan tot 1913, toen de huidige St. Janskerk (Sint Johannes de Doperkerk) werd ingezegend.


Oprichter van verschillende genootschappen en verenigingen

Andere wapenfeiten van pastoor Zoethout zijn de oprichting van ‘Het Genootschap tegen Godslasteringen’ (1837), van ‘De Broederschap Sint Franciscus Xaverius’ (1842 – een soort missiebond), de ‘Broederschap van de H. Bernardus’ (1849) – ter bevordering van de bedevaart naar het Bernardusbeeld in de parochiekerk – en de Oudemannenvereniging ‘De Vriendschapsband’ (1851).

Omdat de parochie almaar groeide, werd in 1846 een tweede kapelaan aangesteld.

Op 26 februari 1853 komt pastoor Zoethout op 59-jarige leeftijd overleden en op het St. Janskerkhof begraven. Zijn graf is een van de vier pastoorsgraven op het kerkhof dat gerestaureerd is, samen met de graven van de andere pastoors.

Hij werd als pastoor opgevolgd pastoor Van Beek (1804-1864), die voorheen pastoor te Geldrop was.

Op het graf van pastoor Zoethout staat de volgende tekst:
D. O. M. Hier ligt begraven Cornelius Zoethout Geboren te Kaatsheuvel. 28 maart 1793 en na aldaar sedert 28 junij 1819 achtereenvolgens de plaats van kappelaan en pastoor bediend te hebben overleden 26 februarij 1853. Hij heeft het huis des Heeren en zijn huis gebouwd (2 Parl VIII 1) R. I. P . 



Bronnen: